Buurten met een concentratie van kwetsbare huishoudens en woonsituaties op kaart gezet /Lieve Vanderstraeten, Etienne Van Hecke & Michael Ryckewaert. Steunpunt wonen, 2021.
"Het voornaamste doel van het rapport was om via een wetenschappelijk aanvaarde methode de buurten op te lichten die de hoogste concentratie van meer kwetsbare huishoudens huisvesten. Het Vlaamse woonbeleid is een doelgroepenbeleid dat zich richt op de meest kwetsbare huishoudens op de woningmarkt in Vlaanderen. Daarnaast wil het Vlaamse woonbeleid ook territoriaal selectief te werk gaan en de buurten met de grootste uitdagingen prioritaire aandacht verlenen. In het kader van beide doelstellingen is voor de overheid hierbij belangrijk om te weten welke buurten de hoogste concentratie van meer kwetsbare huishoudens huisvesten.
Om de kwetsbaarheid van de Vlaamse buurten te meten, combineren we 8 indicatoren waarvan we het uiterste sextiel meenemen in onze analyse. De 8 indicatoren zijn: 1) het aandeel huurwoningen, (2) het aandeel woningen gebouwd voor 1945, (3) het aandeel woningen met een woonoppervlakte kleiner dan 40 m² per persoon, (4) het gemiddeld inkomen, (5) het aandeel eenoudergezinnen, (6) het aandeel werkzoekenden, (7) het aandeel referentiepersonen zonder diploma secundair onderwijs, (8) het aandeel niet-EU15 burgers. Wanneer een buurt minstens 6 (van de maximaal 8) keer in het uiterste sextiel belandt, nemen we de buurt op in de lijst van buurten met een hogere concentratie van de meest kwetsbare huishoudens in Vlaanderen. In totaal is dit het geval voor 413 buurten in Vlaanderen waar in totaal 11% van de Vlaamse huishoudens woont.
Deze 413 buurten liggen verspreid over Vlaanderen. De grootste concentratie vinden we terug in de grootsteden Antwerpen en Gent. In totaal vinden we daar 144 buurten, waar 357 000 mensen wonen, terug. Los van de verstedelijkingsgraad van de gemeenten zien we ook ruimtelijke concentraties in de Denderstreek & het Waasland, de omgeving van het kanaal Charleroi-Brussel-Willebroek in de rand van Brussel en de Limburgse mijnstreek. De persistentie van de problematiek valt op. Wanneer de kaart met de situatie 2011 vergeleken wordt met de kaart anno 2001, dan zien we een heel vergelijkbaar ruimtelijk patroon.
We voerden tot slot een clusteranalyse uit om na te gaan of er zich buurten met een bepaald profiel aftekenden binnen de 413 buurten die de meest kwetsbare huishoudens in Vlaanderen huisvesten. We identificeren 5 types van buurten. Twee daarvan onderscheidden zich van de rest door een opmerkelijk zwakker profiel. Het grote verschil tussen beide types is dat binnen het ene type het grootste deel van de kwetsbare huishoudens terecht kan in een SHM-woning, wat niet zo is in de buurten van het andere type. In deze twee types van buurten, waar ongeveer 159 000 mensen wonen, lijkt grote waakzaamheid geboden.
De resultaten van dit rapport bieden meerdere mogelijkheden voor het Vlaamse en lokale beleid. Ze kunnen bijvoorbeeld een leidraad vormen voor het bepalen van de prioriteiten in de opvolging van de woningkwaliteit. Verder kunnen ze ook voor het lokale beleid inspiratie bieden voor het uitwerken van het woonbeleid. Ook zouden de resultaten eventueel kunnen helpen bij het bepalen van het territoriaal selectief inzetten van premies." (Bron: website steunpuntwonen.be)
Welkom
Welkom!! Dit is de blog van de mediatheek van de Sociale School Heverlee / Hogeschool UCLL.
Tagcloud
Amnesty International
arbeidsmarkt
Armoede
boeken
Brussel
communicatie
cultuur
cursussen
debat
demografie
deontologie
diversiteit
DOAJ
duurzame ontwikkeling
e-books
e-culture
economie
erfgoed
ethische aspecten
Europese Unie
films
filosofie
foto's
gehandicapten
gevangenen
gezondheidsdoelstellingen
gezondheidszorg
huisvesting
IASSW
ICSW
IFSW
IFTTT
informatievaardigheden
jongeren
levensverwachting
LexisNexis
lezingen
losbladige naslagwerken
mensenrechten
migratie
multimedia
naslagwerken
OCMW
OESO
ontwikkelingssamenwerking
op
Open Access
opleidingen
OSE
ouderen
Pearl Trees
personeelswerk
politiek
POW
preventie
psychologie
Sacharovprijs
samenlevingsopbouw
seksualiteit
Sociale School Heverlee
sociale wetgeving
sociologie
spelmateriaal
statistisch materiaal
straathoekwerk
studiedagen
Studielandschap SSH
taal
tentoonstellingen
The British Journal of Social Work Current Issue
thuislozen
thuiszorg
tijdschriftartikels
Unesco
Verslaving
vluchtelingen
VN-Klimaatconferentie
vrijwilligerswerk
vrouwenstudies
welzijnswerk
werelddagen
werkloosheid
Zoeken in deze blog:
Posts tonen met het label huisvesting. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huisvesting. Alle posts tonen
vrijdag 16 april 2021
woensdag 24 maart 2021
Handvaten voor hulpverlening aan rondtrekkende woonwagenbewoners
Handvaten voor hulpverlening aan rondtrekkende woonwagenbewoners / Kim Janssens. Minderhedenforum, 2021.
"“Handvaten voor hulpverlening aan rondtrekkende Roms” is een recente brochure gepubliceerd door het Minderhedenforum. Het is een zeer specifieke brochure die tips en tricks geeft voor sociaal werkers, hulpverleners, stadsdiensten, professionals,.. die in contact komen met woonwagenbewoners die dagelijks rondtrekken met hun woonwagens."
"“Handvaten voor hulpverlening aan rondtrekkende Roms” is een recente brochure gepubliceerd door het Minderhedenforum. Het is een zeer specifieke brochure die tips en tricks geeft voor sociaal werkers, hulpverleners, stadsdiensten, professionals,.. die in contact komen met woonwagenbewoners die dagelijks rondtrekken met hun woonwagens."
maandag 22 februari 2021
donderdag 14 januari 2021
Wonen met een beperking. Onderzoek naar de mogelijke invloed van de invoering van de persoonsvolgende financiering
Schepers, W., Van den Broeck, K., & Winters, S. (2020). Wonen met een beperking. Onderzoek naar de mogelijke
invloed van de invoering van de persoonsvolgende financiering. Ontwerpversie november 2020. Leuven:
Steunpunt Wonen.
"De voorbije decennia is de visie van het beleid op de situatie van personen met een beperking sterk geëvolueerd. De persoon met een beperking kwam meer centraal staan en de zorg evolueerde van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde benadering. De belangrijkste wijzigingen voor de financiering van de zorg waren de invoering van de persoonsvolgende financiering (in 2017) en voor de financiering van de wooninfrastructuur de vervanging van de vroegere investeringssubsidie door een infrastructuurforfait dat niet meer wordt uitbetaald op het moment van de investering, maar pas wanneer een persoon met een beperking gebruik maakt van de infrastructuur. Van dergelijke wijzigingen kan men verwachten dat ze impact hebben op woonwensen, -keuzes en mogelijk ook kosten van personen met een beperking. Bovendien vraagt zo’n belangrijke beleidswijziging ook een nadere afstemming tussen het woonbeleid en zorgbeleid. Om deze discussie te kunnen voeren, is het aangewezen meer informatie te hebben over de gevolgen, zowel voor de persoon in kwestie als voor de aanbieders van wonen en zorg. Naast een overzicht van de relevante wetgeving en een beschrijving van vernieuwende initiatieven die zich op het terrein ontwikkelen, biedt dit rapport uitgebreide informatie over hoe en waar personen met een beperking wonen, wat ze betalen voor wonen en wat de voornaamste knelpunten zijn. Omwille van de beperkte beschikbaarheid van administratieve data werden hierover nieuwe gegevens verzameld via vier bevragingen: bij de aanbieders (SHM’s, SVK’s en vergunde zorgaanbieders) en bij de vragers (personen die een persoonsvolgend budget ontvangen). Omwille van diverse methodologische beperkingen moeten de resultaten van deze bevragingen als indicatief worden beschouwd. Ongeveer twee op drie personen die een persoonsvolgend budget ontvangen, wonen in een individuele woning, alleen of samen met andere gezinsleden. In lijn met onderzoek over wonen in het algemeen stellen we vast dat de woonsituatie het minst gunstig is op de private huurmarkt. Personen met een beperking die privaat huren, hebben relatief hogere kosten en een grotere kans op betaalbaarheidsproblemen, de kwaliteit van de woningen lijkt minder goed en een zeer groot deel van de woningen lijkt niet aangepast aan de beperking. In vergelijking met deze groep ondervinden sociale huurders minder problemen, en ook de groep die een eigen woning bewoont, komt relatief goed uit de vergelijking. Ongeveer één op drie budgethouders verblijft in een collectieve woonvorm, waar ze samenwonen met andere personen met een beperking. De hoogte van de woonkosten voor deze groep blijft voorlopig een blinde vlek in de informatie. Ook de vraag wat de effectieve impact is van de wijzigingen in de financiering op de woonsituatie, konden we om diverse redenen moeilijk beantwoorden. Dit is deels omdat de wijzigingen nog recent zijn. Maar het is ook zo omdat de wijzigingen op het veld al langer zichtbaar waren en de aanpassing in de financiering er mede is gekomen om deze evoluties mogelijk te maken. Oorzaak en gevolg zijn dus moeilijk te scheiden. Wat dit onderzoek wel kan bieden, is een meer verfijnd beeld van de evoluties die zich afspelen op het terrein. Op diverse manieren werd duidelijk hoe de voorbije jaren een aantal klassieke scheidingslijnen (tussen wonen en zorg, tussen aanbieders, tussen samenlevingsvormen) zijn vervaagd en in de toekomst waarschijnlijk nog verder zullen vervagen. Dit is o.a. zichtbaar in vernieuwende kleinschalige woonvormen en in diverse vormen van samenwerking tussen actoren op de domeinen wonen en zorg. In de praktijk botsen deze nieuwe samenwerkingen nog vaak op de grenzen van de reglementering. Eén van de centrale kwesties voor het beleid de toekomende jaren zal de vraag zijn hoe met deze grenzen om te gaan. Het rapport levert informatie die kan helpen om hierover het gesprek te voeren."
"De voorbije decennia is de visie van het beleid op de situatie van personen met een beperking sterk geëvolueerd. De persoon met een beperking kwam meer centraal staan en de zorg evolueerde van een aanbodgestuurde naar een vraaggestuurde benadering. De belangrijkste wijzigingen voor de financiering van de zorg waren de invoering van de persoonsvolgende financiering (in 2017) en voor de financiering van de wooninfrastructuur de vervanging van de vroegere investeringssubsidie door een infrastructuurforfait dat niet meer wordt uitbetaald op het moment van de investering, maar pas wanneer een persoon met een beperking gebruik maakt van de infrastructuur. Van dergelijke wijzigingen kan men verwachten dat ze impact hebben op woonwensen, -keuzes en mogelijk ook kosten van personen met een beperking. Bovendien vraagt zo’n belangrijke beleidswijziging ook een nadere afstemming tussen het woonbeleid en zorgbeleid. Om deze discussie te kunnen voeren, is het aangewezen meer informatie te hebben over de gevolgen, zowel voor de persoon in kwestie als voor de aanbieders van wonen en zorg. Naast een overzicht van de relevante wetgeving en een beschrijving van vernieuwende initiatieven die zich op het terrein ontwikkelen, biedt dit rapport uitgebreide informatie over hoe en waar personen met een beperking wonen, wat ze betalen voor wonen en wat de voornaamste knelpunten zijn. Omwille van de beperkte beschikbaarheid van administratieve data werden hierover nieuwe gegevens verzameld via vier bevragingen: bij de aanbieders (SHM’s, SVK’s en vergunde zorgaanbieders) en bij de vragers (personen die een persoonsvolgend budget ontvangen). Omwille van diverse methodologische beperkingen moeten de resultaten van deze bevragingen als indicatief worden beschouwd. Ongeveer twee op drie personen die een persoonsvolgend budget ontvangen, wonen in een individuele woning, alleen of samen met andere gezinsleden. In lijn met onderzoek over wonen in het algemeen stellen we vast dat de woonsituatie het minst gunstig is op de private huurmarkt. Personen met een beperking die privaat huren, hebben relatief hogere kosten en een grotere kans op betaalbaarheidsproblemen, de kwaliteit van de woningen lijkt minder goed en een zeer groot deel van de woningen lijkt niet aangepast aan de beperking. In vergelijking met deze groep ondervinden sociale huurders minder problemen, en ook de groep die een eigen woning bewoont, komt relatief goed uit de vergelijking. Ongeveer één op drie budgethouders verblijft in een collectieve woonvorm, waar ze samenwonen met andere personen met een beperking. De hoogte van de woonkosten voor deze groep blijft voorlopig een blinde vlek in de informatie. Ook de vraag wat de effectieve impact is van de wijzigingen in de financiering op de woonsituatie, konden we om diverse redenen moeilijk beantwoorden. Dit is deels omdat de wijzigingen nog recent zijn. Maar het is ook zo omdat de wijzigingen op het veld al langer zichtbaar waren en de aanpassing in de financiering er mede is gekomen om deze evoluties mogelijk te maken. Oorzaak en gevolg zijn dus moeilijk te scheiden. Wat dit onderzoek wel kan bieden, is een meer verfijnd beeld van de evoluties die zich afspelen op het terrein. Op diverse manieren werd duidelijk hoe de voorbije jaren een aantal klassieke scheidingslijnen (tussen wonen en zorg, tussen aanbieders, tussen samenlevingsvormen) zijn vervaagd en in de toekomst waarschijnlijk nog verder zullen vervagen. Dit is o.a. zichtbaar in vernieuwende kleinschalige woonvormen en in diverse vormen van samenwerking tussen actoren op de domeinen wonen en zorg. In de praktijk botsen deze nieuwe samenwerkingen nog vaak op de grenzen van de reglementering. Eén van de centrale kwesties voor het beleid de toekomende jaren zal de vraag zijn hoe met deze grenzen om te gaan. Het rapport levert informatie die kan helpen om hierover het gesprek te voeren."
Labels:
e-books,
gehandicapten,
huisvesting
dinsdag 21 april 2020
vrijdag 8 november 2019
Thematisch rapport "Armoede, slechte huisvesting en uithuiszettingen in het Brussels Gewest"
Thematisch rapport "Armoede, slechte huisvesting en uithuiszettingen in het Brussels Gewest" 2018 / Gaëlle Amerijckx, Marion Englert, Laurence Noël, Véronique van der Plancke & Nicolas Bernard. Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, 2019.
"Omwille van het omvangrijke probleem met betrekking tot de toegang tot degelijke huisvesting in het Brussels Gewest, wijdde het Observatorium voor Gezondheid en Welzijn van Brussel-Hoofdstad haar Thematisch Armoederapport 2018 aan de problematiek van slechte huisvesting en, meer specifiek, uithuiszettingen in het Gewest. Het rapport “Armoede, slechte huisvesting en uithuiszettingen in het Brussels Gewest” illustreert in de eerste plaats de dramatische gevolgen van uithuiszettingen, zowel wat betreft de traumatiserende ervaring als haar katalyserende en versterkende effecten op situaties van armoede en gebrekkige toegang tot rechten. Daarnaast wijst het op de grote moeilijkheden, tot zelfs de onmogelijkheid, om binnen een context van almaar stijgende huurprijzen adequate herhuisvestingsoplossingen te vinden in het Gewest voor uithuisgezette mensen, die bovendien vaak over een beperkt inkomen beschikken.
Het ontbreken van officiële statistieken draagt bij aan de onzichtbaarheid van dit fenomeen dat nochtans verstrekkende gevolgen heeft voor heel wat Brusselaars. De stappen die in dit rapport werden ondernomen om aan dit gebrek aan cijfers tegemoet te komen getuigen van haar dagelijkse karakter: elke dag worden er Brusselaars uit hun woning gezet. De verzamelde gegevens stellen dat er jaarlijks duizenden personen geconfronteerd met een gerechtelijke uitzettingsvraag, zelfs met illegale uithuiszettingen buiten beschouwing gelaten, die waarschijnlijker nog vaker voorkomen. Hoewel niet alle gerechtelijke uithuiszettingsvragen tot een effectieve uitzetting leiden (maar over het algemeen wel tot een gedwongen vertrek), tellen we elk jaar toch meerdere honderden gevallen.
In welke context vinden deze uithuiszettingen plaats in het Gewest? Wat is het traject dat uithuisgezette mensen afleggen voor en na de uitzetting? Hoe verloopt een uithuiszetting in de praktijk? Hoeveel uithuiszettingen voltrekken er zich in het Brussels Gewest en waar kunnen er hierover cijfers worden gevonden? Wat kan er worden gedaan om dit fenomeen tegen te gaan en effectieve uithuiszettingen te voorkomen? Dit rapport behandelt al deze vragen, waarbij enerzijds gebruik wordt gemaakt van kwalitatieve informatie, verzameld bij de vele betrokkenen (personen die een uithuiszetting hebben ondergaan maar ook sociaal werkers, gerechtsdeurwaarders, politiemensen,…), en kwantitatieve gegevens."
donderdag 5 september 2019
Handboek schuldbemiddeling aflev. 66
Aflevering 66 bevat een grondige update door Tim Greven en Sara Waelbers van tabblad XI 'huurschulden' n.a.v. het nieuwe Vlaamse woninghuurdecreet.
Je vindt het 'handboek schuldbemiddeling' in rubriek 339 van Studielandschap SSH.
maandag 17 december 2018
In en uit de sociale huisvesting. Dynamiek van het huurdersprofiel van 2006 tot 2016
Heylen, K. (2018). In en uit de sociale huisvesting. Dynamiek van het huurdersprofiel van 2006 tot 2016. Leuven: Steunpunt Wonen.
“In dit rapport werd een analyse gemaakt van de zittende huurders, en de in- en uitstroom van huurders bij woningen van sociale huisvestingsmaatschappijen in Vlaanderen. We analyseerden de dynamiek van het bewonersprofiel, waarbij zowel gegevens van huishoudens op de wachtlijst aan bod komen, als van de zittende en in- en uitstromende huurders in de periode 2006-2016. De data zijn afkomstig uit de VMSW-bestanden van kandidaat-huurders en zittende huurders. De methodologie bestaat uit bivariate analysetechnieken en technieken van duuranalyse of ‘survival analysis’. Met laatstgenoemde technieken kunnen de in- en uitstroomkansen worden geanalyseerd tijdens resp. de wachttijd en bewoning, voor verschillende huishoud- en woningkenmerken. Tot slot maakten we ook gebruik van longitudinale analysetechnieken, die ons toelieten om bepaalde kenmerken van de huurders (inkomen, huurprijs) te ‘volgen’ doorheen de tijd.
De resultaten toonden dat de residualisering van de sociale huursector zich niet terug heeft ingezet. Meer zelfs, de verhoging van de inkomensgrenzen in 2014 heeft er vermoedelijk voor gezorgd dat relatief meer huurders met hogere inkomens zijn ingestroomd in 2015 en 2016. Voorts stelden we vast dat de gemiddelde wachttijd de jongste jaren verder is toegenomen, en nog steeds het kortst is voor de laagste inkomens op de wachtlijst. Huurders die een interne mutatie (via voorrang) doormaken wachten gemiddeld een jaar minder lang dan nieuwe instromers. Onder de zittende huurders valt op dat de ‘veroudering’ zich ook doorzet bij de 65-plussers, en dat het aandeel alleenstaanden gestaag blijft toenemen. Relevant in het kader van de mogelijke beëindiging van tijdelijke huurcontracten is dat circa 11% ‘onderbezet’ woont en dat eind 2016 ongeveer 3 000 sociale huurders een referentie-inkomen hebben dat 3 jaar na elkaar meer dan 25% boven de inkomensgrens valt. Verder vonden we dat jonge huurders relatief snel terug uitstromen, terwijl de uitstroomkans lager ligt voor de hogere inkomens. Tot slot bleek uit enkele longitudinale analyses dat het inkomen van de sociale huurders gemiddeld toeneemt (tot de pensionering), en de impliciete subsidie afneemt, tijdens het verblijf in de sociale huursector.”
maandag 12 november 2018
Wonen in diversiteit: inclusieve woonvormen voor nieuwkomers
Wonen in diversiteit: inclusieve woonvormen voor nieuwkomers / Luce Beeckmans, 2018.
In de Gentse openbare bibliotheek De Krook loopt nog tot 17 november de tentoonstelling 'Wonen in diversiteit'. Deze grijpt de asielcrisis aan om het bredere woningvraagstuk in de stad te herdenken.
In plaats van de asielcrisis als een verliesverhaal voor de stad te beschouwen, wordt er op zoek gegaan naar innovatieve woonvormen die uitnodigen tot wonen in diversiteit en zo de stad een nieuwe impuls geven. Vandaag zien we immers dat migranten vaak geïsoleerd leven van de samenleving waarin ze terecht zijn gekomen, zowel tijdens als na hun asielprocedure.
maandag 9 mei 2016
Van Leegstand tot leeggoed: een solidair woonproject in leegstaande gebouwen
Een collectief van dertien volwassenen en zes kinderen woont in zeven appartementen in de Voltawijk in Elsene. Hiervoor sloot SamenlevingsopbouwBrussel een tijdelijke bezettingsovereenkomst af met de Elsene Haard. De ondersteuning van het collectief gebeurt samen met Jes vzw en Bij Ons vzw.
De bewoners participeren aan de renovaties, de onderhandelingen met de huisvestingsmaatschappij en het beleidswerk.
Daarnaast geven we bewoners ondersteuning tijdens de bewonersvergaderingen, de opmaak van hun charter met leefregels en nemen ze deel aan vormingen over het nemen van beslissingen en conflicthantering.
Met de ondersteuning van het collectief Leeggoed dragen we bij aan de ontwikkeling van tijdelijke bezettingsprojecten als alternatieve woonvorm. Leeggoed is toegankelijk voor een zeer kwetsbare en gemengde groep, die op de reguliere woonmarkt geen oplossing vindt.
Samen met de Brusselse Federatie van de Huurdersbonden (Fébul) werken we aan het platform Occupons, een netwerk waar verschillende collectieven elkaar ontmoeten, waar ervaringen en kennis worden uitgewisseld en gezamenlijk beleidswerk wordt gedaan.
De publicatie kan je hier downloaden.
vrijdag 20 januari 2012
Artikel in de kijker uit... Esprit & Drive in Cinema Zed
In het Franse Revue International Esprit is elk nummer een bepaald thema uitgewerkt. Huisvesting in tijden van crisis staat in het Januarinummer (381) centraal. Verder een analyse van Olivier Mongin naar de roots van de film Drive : de Taxi Driver à drive : une conduite exemplaire à Los Angeles. Drive is nog tot 24 januari te zien in Cinema Zed.
Labels:
films,
huisvesting,
tijdschriftartikels
Abonneren op:
Posts (Atom)


